Angst zit in je lichaam.
6 juli 2021 

Angst zit in je lichaam.

Angst zit in je lichaam.

Ik neem je mee terug in de tijd. Laten we zeggen zo’n 50.000 jaar terug. Stel je voor dat je een oermens bent. Je maakt een ontspannen wandeling door het veld. Plots hoor je geritsel in het struikgewas. Je staat oog in oog met een sabeltandtijger.

In een milliseconde begint je hele lichaam te reageren.

Je hartslag versnelt, je lichaam verkrampt, je ademhaling stokt en wordt oppervlakkig, je ogen verwijden zich, je lichaam begint adrenaline te produceren.

En dat is goed, perfect zelfs.  Je lichaam is zich aan het voorbereiden om de ontmoeting met deze tijger te overleven. Prima toen. Maar in deze wereld doen we het hetzelfde met een ander resultaat.

In ons leven komen we in situaties terecht waar we geen sabeltandtijger ontmoeten maar de reactie van ons lichaam is nog steeds hetzelfde. Je lichaam maakt zich klaar om te vechten, te bevriezen of te vluchten. Je hart gaat sneller tekeer, je zit vol adrenaline, maar er is geen echt gevaar.

Vervang die sabeltandtijger nu eens met social media, het verkeer waar je aan deelneemt, de politiek, de huidige corona situatie, geld, kinderen, klimaatverandering, werkstress, familiedrama, en je begrijpt meteen dat angst de meest voorkomende psychische ziekte is in Nederland (en de rest van de wereld). 20% van de Nederlanders leeft met angst en paniek. We leven ons leven alsof we oermensen zijn, 24/7 hebben we de vecht- en vluchtmodus aanstaan.

Angst is een impuls in ons lichaam die zegt: “ik ben niet veilig”. Het gaat automatisch, heel snel en onbewust. Je overlevingsbrein wint het van jouw denkbrein.

We maken hier onderscheid tussen het denkende brein, de neocortex, die verantwoordelijk is voor besluitvorming, ethiek, bewust geheugen, leren, en het overlevingsbrein, het lymbische systeem, de hersenstam en het cerebellum, dat onze fundamentele overleving, emoties, onbewuste herinneringen en stress herbergt.

Een van de belangrijkste functies van het overlevingsbrein is neuroceptie, een onbewust proces waarbij de interne en externe omgeving snel wordt gescand op veiligheid en gevaar.

Wanneer gevaar wordt gesignaleerd, stuurt je overlevingsbrein onmiddellijk een  stressopwekkende boodschap naar je lichaam door het sympathische zenuwstelsel aan te zetten, wat resulteert in de afgifte van specifieke hormonen die leiden tot bepaalde fysieke sensaties die verband houden met ons hart, onze ademhaling en de spijsvertering.

Wat er ook gebeurt in het overlevingsbrein, dit wordt gevoeld in het lichaam.

Deze reacties zijn niet vrijwillig. Ons zenuwstelsel pikt informatie op uit de omgeving, niet op cognitief niveau, maar op neurobiologisch niveau.

Belangrijk is dat wanneer we gevangen zitten in een defensieve reactie, het denkende brein het laatste is dat zich ervan bewust is dat er iets mis is. Het denkende brein bepaalt niet of we gestrest zijn, of we ons bedreigd of uitgedaagd voelen, of we stress gaan aanwakkeren, of we emoties gaan aanwakkeren. Stressopwekking en emoties behoren tot het overlevingsbrein.

Dus als je je angst wilt volgen, zal je lichaam, niet je gedachten, de meest nauwkeurige routemap om te volgen zijn.

In tegenstelling tot onze prehistorische voorouders schudden, rennen, hijgen wij niet (als een hond) als we met angst geconfronteerd worden. Dit schudden, rennen, hijgen is belangrijk om cortisol in het lichaam zijn werk te laten doen. Wij wenden ons tot ons denkende brein. Omdat we ervan uitgaand dat angst alleen een gedachte is.

Het probleem is dat als het gaat om het reguleren van ons zenuwstelsel, na een stressreactie (angst), ons denkende brein het absoluut het slechtste hulpmiddel is om de klus te klaren. Dat komt omdat, zelfs nadat we ons bewust zijn geworden van de fysieke reacties, we vaak niet weten wat die reactie heeft veroorzaakt. Herstel van stress en angst is dan ook een overlevingstaak voor het brein.

Als intelligente mensen zijn we inmiddels goed uitgerust om problemen aan te pakken met logica. Een “vecht-of-vlucht”-reactie als je te laat je boterham krijgt is misschien een overdreven reactie, maar als je in het verkeer zit, ervaar je fysiologisch allemaal dezelfde reacties als je voor-voor-voor vaderen, de oermens.

We gebruiken ons denkende brein om te beslissen of het de moeite waard is om ons zorgen te maken, en dan proberen we ons zenuwstelsel te dwingen daaraan te voldoen.

Ons bewustzijn wordt op dat moment losgekoppeld van ons lichaam. Je denkende brein besluit dat je nergens bang voor hoeft te zijn, dus breng je je dagen door met rondlopen en jezelf te vertellen dat alles in orde is, terwijl je nog steeds de fysieke symptomen van angst door je hele lichaam voelt. Erger nog, je denkende brein begint je misschien te bekritiseren en je te veroordelen omdat je nog steeds angstig bent, zelfs nadat het je heeft verteld dat alles in orde is.

Ons overlevingsbrein wil ons veilig houden, maar wanneer we ons lichaam en zijn signalen negeren, omdat we zo verstrikt zijn in de verhalen en gedachten van ons denkende brein, ziet het overlevingsbrein dat eigenlijk alsnog bedreigender. Net als een peuter gaat hij harder stappen om ervoor te zorgen dat zijn boodschap doorkomt. En daarom wordt het zo’n vicieuze cirkel waar we in terecht komen.

We willen ons niet per se bewust zijn van het ongemak in ons lichaam, omdat angst in ons lichaam ongemakkelijk is. In plaats daarvan willen we proberen het te fixen en het buiten onszelf leggen.

Er is een bottom-up oplossing voor angst.

Een combinatie van onderstaande therapie vormen geeft je inzicht in het probleem en handvaten om het op te lossen.

Bewustwordingstherapie (focussen).

Ademtherapie.
Bewegingstherapie.
EFT Therapie.
Mindfulness.
Hypnotherapie.

Een van de beste manieren om het overlevingsbrein te laten voelen, is door de aandacht te vestigen op waar ons lichaam in contact staat met onze omgeving. Dit kan door je te concentreren op het contact tussen je voeten met de vloer, of je lichaam in je stoel. Zodra het overlevingsbrein geaardheid en veiligheid waarneemt, start het automatisch het herstelproces.

Het is duidelijk dat wanneer je gevangen zit in een moment van ernstige angst, het diep te ademen of je te focussen op wat je voelt een bijna onmogelijke taak lijkt te zijn. In die situaties is er wat anders nodig om de adrenaline en cortisol uit je systeem te krijgen. Denk dan bijvoorbeeld aan springen, de trap oprennen, schudden, rennen, en dan, na 10 minuten richt je je aandacht naar binnen met mindfulness oefeningen.

Nadat we ons overlevingsbrein hebben geholpen om zich weer veilig en stabiel te voelen, kunnen we aan onze gedachten werken.

Ben je er als therapeut bewust van dat de combinatie van therapie vormen de basis zijn van het herstel, zodat je cliënt zich los mag maken uit zijn overleving en weer kan gaan leven.

Pauline Trum
Hypnotherapeut en Trauma Coach
www.mind-control.nl

 

Over de schrijver
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down